Kraam Alfabet


A B C D E F G H  I  J IJ K L M N O P Q R S T U V W X Y Z









Corpus Luteum



Wordt ook wel geel lichaam genoemd. Het is de rest van het eiblaasje dat overblijft na de eisprong. Het maakt progesteron aan (gedurende de tweede helft van de menstruatiecyclus tot in de vroege zwangerschap).







Naam Alfabet (namenlijst)  ►

0900-nummers   ►

Woordenlijst








A terme
De a terme datum is de datum waarop je bent uitgerekend.

Abortus Incompletus
Een niet-complete miskraam, waarbij de zwangerschap niet in zijn geheel naar buiten komt.

Abortus Incompletus
Een niet-complete miskraam, waarbij de zwangerschap niet in zijn geheel naar buiten komt.

Adhesie
Vergroeiing, verkleving.

Agglutinatie
Samenklontering van zaadcellen, waardoor de beweeglijkheid van zaadcellen wordt beperkt

Agglutinatie
Samenklontering van zaadcellen, waardoor de beweeglijkheid van zaadcellen wordt beperkt.

Agonist
Chemische stof die de werking van een natuurlijk hormoon kan nabootsen gelijksoortige reacties op natuurlijke hormoonfuncties in het lichaam kan opwekken.

Amenorroe
Medische aanduiding voor het uitblijven van de menstruatie gedurende zes maanden of langer.

Anamnese
Medische voorgeschiedenis

Androgenen
Mannelijke geslachtshormonen die worden geproduceerd door de zaadballen van de man en door de bijnieren van de vrouw.

Anovulatie
Medische aanduiding van een verstoring van de maandelijkse ovulatie.

Anovulatie
Medische aanduiding van een verstoring van de maandelijkse ovulatie.

Anovulatoire Bloeding
Bloeding die optreedt tijdens anovulatoire cycli. Het bloeden wordt veroorzaakt door schommelingen in de oestrogeenconcentraties.

Anovulatoire Bloeding
Bloeding die optreedt tijdens anovulatoire cycli. Het bloeden wordt veroorzaakt door schommelingen in de oestrogeenconcentraties

Anti-hormoon
Een synthetisch hormoon dat de aanmaak van eigen hormonen beïnvloedt.

Antigeen
Eiwit of koolhydraat (in toxische vorm of als enzym) dat een afweerreactie kan opwekken.

Antistof
Chemische stof die natuurlijk door het afweersysteem van het lichaam wordt aangemaakt en het afweersysteem helpt bij de bestrijding van bacteriën en lichaamsvreemde stoffen.

ART - Geassisteerde Voortplantingstechnieken (assisted reproductive technologies)
Medische vruchtbaarheids behandelingen waarbij eicel en zaadcel kunstmatig (dichter) bij elkaar worden gebracht om de kans op zwangerschap te vergroten. Voorbeelden van ART-procedures zijn IUI, ICSI en IVF.

Asthenospermie
Verminderde beweeglijkheid van de zaadcellen.

ATD
A Terme Datum - verwachte bevallingsdatum

Auto-immuunziekte
Aandoening waarbij het immuunsysteem van het lichaam reageert op eigen lichaamsweefsel.

Azoöspermie
Aandoening waarbij er geen spermacellen aanwezig zijn in de zaadvloeistof.

Baarkruk
Een verticale baringshouding kan tijdens het persen handig zijn. De zwaartekracht helpt dan mee met het uitdrijven van de baby. De verloskundige heeft altijd de baarkruk mee.

Baarmoederhals (cervix)
Dat deel van de baarmoeder dat overgaat in de vagina.

Baarmoederhalsslijm
Slijm afscheiding van de baarmoederhals waarvan de samenstelling verandert tijdens de cyclus.

Baarmoedermond
Onderste deel van de baarmoeder dat in de vagina (schede) zichtbaar is.

Basale lichaamstemperatuur
De lichaamstemperatuur bij het ontwaken ‘s ochtends.

Benomyl
heeft schadelijke effecten op de mannelijke voorplantings-organen en resulteert in oa verlaagde spermaproductie. Zit op sla, tomaten, komkommers, appels, prei, perziken, aardbeien, peren, druiven, paprika.

Bèta-HCG Test
Onderzoeksmethode waarbij de hoeveelheid zwangerschapshormoon (bèta-HCG) in het bloed wordt bepaald om een zwangerschap in een zeer vroeg stadium te ontdekken. Of om de voortgang hiervan te volgen.

Bevruchting
Geslaagde samensmelting van zaadcel en eicel.

Bifenthrin
veroorzaakt eisprong verstoringen. Zit op sla, tomaten, komkommers, appels, prei, perziken, aardbeien, peren, druiven, paprika.

Blastocyste
Embryo in een gevorderd ontwikkelingsstadium, met de cellen waaruit later de foetus ontstaat.

Braken en misselijkheid
Onder invloed van hormonen tijdens de zwangerschap kun je je als zwangere misselijk voelen. Met name ochtendmisselijkheid is bekend. Omdat dit erg vroeg in de zwangerschap optreedt is het ook vaak een teken waaraan vrouwen merken dat ze zwanger zijn. Meestal neemt de misselijkheid na de derde maand van de zwangerschap weer af. Tips bij misselijkheid: eet ’s morgens voor het opstaan iets (laat je partner een licht ontbijtje op bed brengen of leg ’s avonds al iets klaar), eet over de gehele dag meerdere kleine hapjes in plaats van een grote maaltijd en vermijd vet eten en sterk gekruid eten. Sommige vrouwen braken ook bij de misselijkheid. Dit is normaal. Wanneer echter alles wat gegeten en gedronken wordt weer uitgebraakt wordt dan is het geen normale situatie meer. Wend je in dit geval tot je huisarts of tot je verloskundige.

Breken van de vliezen
De vliezen kunnen spontaan breken of kunstmatig door de verloskundige doorgeprikt worden. Het spontaan breken van de vliezen gaat gepaard met vochtverlies. Het vruchtwater is zo dun als water en kan helder, wittig of roze zijn. Vruchtwater blijf je steeds verliezen en ruikt wat zoetig. Bel je verloskundige volgens de richtlijnen van wanneer te bellen. Bij het kunstmatig breken van de vliezen prikt de verloskundige de vliezen door met een vliezenbreker. Dit gebeurt tijdens een inwendig onderzoek tijdens de bevalling.

BTC
Basale temperatuurscurve.

Buitenbaarmoederlijke Zwangerschap (extra-uteriene graviditeit of EUG)
Zwangerschap waarbij het vruchtje zich buiten de baarmoeder heeft ingenesteld en ontwikkelt, meestal in een eileider.

Candida = Spruw
Candida is een gist en komt voor op onze huid, nagels, haren, in de darmen en vagina. Zowel bij mens als dier

Candida Albicans
Schimmelinfecties. Een veelvoorkomende kwaal tijdens de zwangerschap

Carbendazim
heeft schadelijke effecten op de mannelijke voorplantings-organen en resulteert in oa verlaagde spermaproductie. Zit op sla, tomaten, komkommers, appels, prei, perziken, aardbeien, peren, druiven, paprika.

Cerclage
Het aanleggen van een steunbandje om de baarmoederhals

Cervix
Baarmoederhals

Cervixcerclage
Procedure waarbij bij cervixinsufficiëntie een bandje om de baarmoederhals wordt aangebracht om te voorkomen dat deze zich opent en zo een miskraam veroorzaakt.

Cervixinsufficiëntie
Baarmoederhals met onvolledige sluiting gedurende de gehele zwangerschap. Resulteert vaak in vroeggeboorte en miskraam.

Chlorpyrifos-methyl
blokkeert de activiteit van mannelijke geslachtshormonen. Zit op sla, tomaten, komkommers, appels, perziken, aardbeien, peren, druiven, paprika.

Chocoladecyste
Een holte in de eierstok die gevuld is met oud bloed (ook wel endometrioom genoemd). Komt vaak voor bij aantasting van de eierstok door endometriose.

Chromosoom
Drager van de erfelijke informatie van een persoon, in de vorm van DNA (desoxyribonucleïnezuur).

Chromosoom-afwijking
Afwijking in de rangschikking van de genen op de chromosomen, of een afwijking van het aantal chromosomen.

Cilia
De trilhaartjes in de eileiders. De cilia bevorderen de beweging van de eicel of van het embryo naar de baarmoeder.

Clomifeen
Meest voorgeschreven vruchtbaarheidsmedicijn. Clomifeen wordt oraal ingenomen om de ovulatie op te wekken of te stimuleren.

Corpus Luteum
Wordt ook wel geel lichaam genoemd. Het is de rest van het eiblaasje dat overblijft na de eisprong. Het maakt progesteron aan (gedurende de tweede helft van de menstruatiecyclus tot in de vroege zwangerschap).

Couvade syndroom
Couvade of mannenkraambed is het verschijnsel dat mannen met zwangere vrouwen zelf zwangerschapsverschijnselen gaan vertonen. Ze kunnen bijvoorbeeld klagen over rugpijn, indigestie, veranderingen in eetlust (eetbuien kunnen soms tot gewichtstoename leiden) en aan het einde van de zwangerschap zelf weeën. Er zijn zowel pre- als postpartale couvadeverschijnselen beschreven. In een aantal culturen bestaan zogenaamde couvade-riten waarmee mannen hun emoties verwerken. In Europa is de couvade vooral bekend uit de Baskische cultuur. De term couvade is afkomstig van het Franse werkwoord couver, dat uitbroeden betekent.

Cryo
Ingevroren.

Cryopreservatie
Invriesmethode voor het bewaren van embryo’s, zaadcellen en ander weefsel.

Curettage
Kleine operatie waarbij de gynaecoloog de baarmoeder via de vagina met een slangetje leegzuigt of met een curette (soort lepeltje) schoonmaakt.

Cyclus
De periode van het begin van de menstruatie tot het begin van de volgende menstruatie.

Cyclusanalyse
Het echoscopisch volgen van de ontwikkeling van het eiblaasje.

Cyste
Een holte (bv in de eierstok) gevuld met vocht.

DES (diëthylstilbestrol)
Synthetische hormoon wat vroeger werd voorgeschreven om een miskraam te voorkomen en wat bij sommige kinderen (met name bij dochters) van vrouwen die het middel tijdens de zwangerschap hadden gebruikt afwijkingen aan de voortplantingsorganen veroorzaakte.

Diabetes gravidarum
zie Zwangerschapsdiabetes

DNA (desoxyribonucleïnezuur)
Materiaal waaruit chromosomen zijn opgebouwd en dat de genetische code bevat.

Dominante Follikel
De follikel die zich in die maand verder uitrijpt en van waaruit (bij de eisprong) een eitje vrijkomt.

Doppler
Onderzoek of uitwisseling zuurstof en voedingsstoffen tussen moeder en kind, goed verloopt

Doptone
De verloskundige luistert tijdens de bevalling regelmatig naar de hartslag van de baby met het doptone apparaat. Tijdens het persen wordt er na elke wee of om de wee geluisterd. Op deze manier beoordeelt de verloskundige of de baby in een goede conditie is.

Doula
Het woord 'doula' is van oorsprong oud-Grieks en betekende in die taal 'dienende vrouw'. In de Verenigde Staten is het woord ingeburgerd geraakt in een nieuwe betekenis. Een doula kan het beste omschreven worden als een zwangerschaps- en bevallingscoach. Het is een ervaren en kundige vrouw, die aanstaande ouders op een niet-medische manier ondersteunt tijdens de zwangerschap, de geboorte van hun kindje en in de periode er na. Zij wijkt gedurende de hele bevalling niet van de zijde van de barende vrouw.

Draagmoeder
Vrouw die ervoor kiest om zwanger te worden en een kind te dragen voor een ander paar. Het zaad van de man en de eicel van de vrouw of van de draagmoeder worden gebruikt, maar soms ook donorsperma en donoreicellen van derden.

Draagmoederschap
Hierbij voldraagt een vrouw een zwangerschap voor een ander persoon of voor andere paren, waarbij de zwangerschap door middel van IVF tot stand is gekomen.

Dreigende Miskraam
Bloedverlies bij een jonge zwangerschap.

Ductus Deferens (vas deferens)
Kanaaltje dat de bijbal (epididymis,waar het zaad is opgeslagen) met de urinebuis verbindt.

Dwarsligging
Deze ligging, waarbij de baby met zijn of haar schouders voor de baarmoedermond ligt, komt nog maar zelden voor. In het verleden, toen vrouwen veel kinderen kregen en de baarmoeder steeds verder uitrekte, was dat vaker het geval. De baby had dan soms zoveel ruimte dat hij of zij zonder problemen overdwars kon liggen. Nu zie je het meestal alleen nog bij een meerling. Ook te kleine baby’s liggen nog weleens in deze houding, omdat ze immers genoeg ruimte hebben. Een ‘dwarsligger’ wordt altijd via de keizersnee geboren.

Dysmenorroe
Pijn tijdens de menstruatie.

Dyspareunie
Pijn tijdens het vrijen bij de man of de vrouw.

E2
Afkorting voor het hormoon oestradiol.

Echo (grafie)
Onderzoek met behulp van geluidsgolven dat een afbeelding geeft van de baarmoeder en eierstokken; dit onderzoek kan zowel via de buik (bij volle blaas) als via de vagina (bij lege blaas) worden uitgevoerd.

EDLM
Eerste Dag Laatste Menstruatie

Eicel
De vrouwelijke voortplantingscel. Ook wel ovum of oöcyt genoemd.

Eiceldonatie
Donatie van een eicel aan een andere vrouw, waarbij deze eicel door middel van een IVF-methode wordt bevrucht en teruggeplaatst bij deze andere vrouw in de hoop dat ze zwanger wordt.

Eierstok
Geslachtsklier die de vrouwelijke eicel en het vrouwelijk hormoon produceert.

Eileiders (tubae)
Buisvormige structuren die aan twee zijden in de baarmoeder ontspringen en waarbij de trechtervormige uiteinden na de eisprong de eicel uit de eierstok opvangen en vervoeren. Goed functionerende eileiders zijn noodzakelijk voor een natuurlijke bevruchting.

Ejaculatie
Zaadlozing.

Embryo
Ongeboren vruchtje in vroeg stadium van de zwangerschap, van de bevruchting tot de derde maand van de zwangerschap.

Embryoloog
Specialist in de embryologie.

Embryotransfer
Het tijdens een Ivf procedure terugplaatsen van een embryo in de baarmoeder van een vrouw.

Endometriose
Baarmoederslijmvlies dat voorkomt op een andere plaats dan aan de binnenkant van de baarmoeder.

Endometritis
Ontsteking van het baarmoederslijmvlies (endometrium).

Endometrium
Slijmvlies dat de binnenzijde van de baarmoeder bekleedt.

Endometriumbiopsie
Verwijdering van een stukje weefsel uit de binnenbekleding van de baarmoeder voor microscopisch onderzoek

Epi = knip
zie knip

Epididymitis
Ontsteking van de epididymis (bijbal). Veroorzaakt soms onvruchtbaarheid bij de man.

ET Embryo Transfer
Het terugplaatsen van het embryo in de baarmoeder

Extra-uteriene Graviditeit
Buitenbaarmoederlijke zwangerschap, vaak afgekort als EUG

FAS
Foetaal Alcohol Syndroom - FAS wordt veroorzaakt door veel en/of regelmatig alcoholgebruik tijdens de zwangerschap.

Fertiliteit (vruchtbaarheid)
De mogelijkheid voor een man of vrouw om zwanger te worden.

Fimbria
Vingervormige uitsteeksels aan het uiteinde van de eileider, tegen de eierstok aan. De fimbria vangen de eicel na de ovulatie op en transporteren deze naar de baarmoeder.

Foetus
De ontwikkelende vrucht vanaf de derde zwangerschapsmaand tot aan de geboorte.

Foliumzuur
Gebruik van foliumzuur in de eerste weken van de zwangerschap is erg belangrijk om een open ruggetje of hazenlip bij de baby te voorkomen. Zwangere vrouwen doen er goed aan dagelijks 400 microgram foliumzuur te slikken

Folliculaire Fase
Eerste helft van de cyclus, tussen menstruatie en eisprong. Deze fase duurt normaal tussen 12 en 14 dagen.

Follikel
Een kleine met vocht gevulde holte in de eierstok waarin zich een eitje bevindt.

fontanel
De schedel van een pasgeboren baby is nog niet goed gesloten. Op het hoofd van je baby zitten twee fontanellen: een zacht plekje midden bovenop en een kleiner plekje op het achterhoofd. Een fontanel is een opening tussen twee schedelplaten. Deze schedelplaten groeien in de loop van een paar maanden naar elkaar toe.

FSH (follikelstimulerend hormoon)
Hypofysehormoon dat de follikelrijping bij de vrouwen en de zaadvorming bij mannen stimuleert.

Fundus
Bovenkant van de baarmoeder

Gameet
Voortplantingscel. (de zaadcel van de man of de eicel van de vrouw).

Genen
De bouwstenen van de chromosomen binnen het DNA.

GIFT (gamete intrafallopian transfer)
Samenbrengen van eicellen en zaadcellen buiten het lichaam (in vitro) voor bevruchting, waarna ze onmiddellijk in de eileiders worden teruggeplaatst in de hoop op bevruchting en zwangerschap.

GnRH (gonadotropin-releasing hormone)
Gonadotrofine Releasing Hormoon - LHRH Hormoon dat door de hypothalamus wordt geproduceerd en regulerend werkt op de aanmaak en afgifte van gonadotrofinen door de hypofyse.

Gonaden
De organen die de geslachtscellen en -hormonen produceren. Bij mannen zijn dat de zaadballen, bij vrouwen de eierstokken.

Gonadotrofinen
Tot de gonadotrofinen behoren FSH (follikelstimulerend hormoon) en LH (luteïniserend hormoon). Bij vrouwen stimuleren deze hormonen de eierstokken, bij mannen de zaadbalfunctie.

Gravida
Zwanger

Habituele Abortus
Zich herhalende spontane abortus, meestal twee keer of vaker achtereen.

Harde buiken
Vanaf twintig weken zwangerschap komt het voor dat de baarmoeder soms hard aanvoelt. Dit komt doordat spiercellen in de baarmoeder samentrekken. Dit is een normaal proces. De harde buiken zijn in principe pijnloos en komen onregelmatig voor. In de laatste weken van de zwangerschap kunnen harde buiken iets vaker voorkomen; de baarmoeder bereidt zich op die manier voor op de bevalling. Wanneer je veel harde buiken hebt, meldt dit dan aan de verloskundige. Soms is het namelijk een teken dat je wat rustiger aan moet gaan doen.

HCG (humaan chorion gonadotrofine)
Het zwangerschapshormoon dat in de zwangerschap wordt geproduceerd HCG kan ook als medicijn worden gebruikt om de eisprong op te wekken.

HELPP
Hemolysis Elevated Liverenzymes Low Platelets - verhoogde afbraak rode bloedcellen, gestoorde leverfunctie en te kort aan bloedplaatjes, waardoor de bloedstolling wordt ontregeld. Erngstige zwangerschapscomplicatie.

Hielprik
Als de baby meer dan 72 uur oud is, wordt er een hielprik gegeven. Deze prik is bedoelt om 18 ziektes op te sporen. Informatie over deze ziektes vind je in de folder, die je o.a. krijgt bij het aangeven van uw kindje op het gemeentehuis. Deze folder is in 9 talen te downloaden op: http://www.rivm.nl/hielprik

Hirsutisme
Overmatige haargroei.

HMG (humaan menopauzaal gonadotrofinehormoon)
Humaan Menopauzaal Gonadotrofine; zorgt voor eicel rijping. Het luteïniserend hormoon (LH) en follikelstimulerend hormoon (FSH) uit de urine van postmenopauzale vrouwen. Wordt gebruikt bij sommige vruchtbaarheidsbehandelingen.

Hormoon
Door een klier geproduceerde stof die via de bloedbaan een specifiek doelorgaan bereikt en daar een stimulerend effect heeft.

HSG (hysterosalpingogram)
Röntgenonderzoek van de baarmoeder en eileiders met behulp van een contrastmiddel.

Hydrosalpinx
Afgesloten eileider waarin zich vocht heeft opgehoopt

Hyperemesis Gravidarum
Extreme vorm van misselijkheid en overgeven.

Hyperstimulatie
Het door middel van medicijnen stimuleren van de eierstokken tot productie van meerdere eicellen.

Hypofyse
Kliertje vlak onder de hersenen dat onder meer de functie van de geslachtsorganen regelt.

Hysteroscopie
Een onderzoek waarbij de gynaecoloog met een dun buisje - die via de vagina en het baarmoederhalskanaal wordt ingebracht - in de baarmoeder kan kijken

ICSI (intracytoplasmatische sperma-injectie)
Procedure waarbij één zaadcel in één eicel wordt gebracht.

IM
Intra Musculair; in de spier.

Infertiliteit
Onvruchtbaarheid.

Inknippen
zie knip

Innesteling
Van innesteling is sprake op het moment dat de bevruchte eicel zich hecht aan de baarmoederwand, wat in zwangerschap resulteert. Innesteling kan plaatsvinden tussen vijf en tien dagen na eisprong of terugplaatsing (IVF).

IUI (intra-uteriene inseminatie)
Kunstmatige inseminatie van zaadcellen in de baarmoederholte.

IV
Intra Veneus; in de ader.

IVF (in-vitrofertilisatie)
Geassisteerde voortplantingstechniek waarbij eicellen uit de eierstokken worden verwijderd en in het laboratorium bij de zaadcellen worden gebracht. Uit een bevruchte eicel ontstaat een embryo. Het embryo wordt vervolgens in de baarmoeder teruggeplaatst in de hoop dat er een zwangerschap volgt.

Keizersnede = sectio caesarea
Keizersnede (sectio caesarea) is de manier van bevallen waarbij de moeder operatief via de buikwand van haar kind(eren) wordt verlost. Het is de meest uitgevoerde operatieve ingreep ter wereld.

Kinderwens
Wil je graag zwanger worden en heb je al van alles geprobeerd? Heb je heel internet afgezocht en kom je alleen maar medische sites tegen? Heb je het gevoel veel te oud te zijn om zwanger te worden? Of ben je bang voor pijn tijdens de bevalling? Kijk dan eens op deze site. - (http://www.samenkramen.com) - Wij hebben diverse deskundigen die je verder kunnen helpen met je kinderwens. ook voor singles en na een periode van verlies en verdriet.

Klinefelter-syndroom
Erfelijke afwijking van de man die onder andere onvruchtbaarheid kan veroorzaken. Kenmerkend voor dit syndroom zijn twee X-chromosomen (een teveel) en één Y-chromosoom.

Knip
Bij een bevalling kan het soms nodig zijn dat de baby snel geboren wordt, bijvoorbeeld bij een langzame hartslag van de baby. De verloskundige kan in dat geval besluiten om een knip te zetten (episiotomie). De bekkenbodem wordt dan eerst verdoofd. Tijdens een wee en hard meepersen wordt vanuit de vagina een knip gezet schuin richting de bil. Soms wordt er door de kraamverzorgster ook op de buik van moeder geduwd. De baby wordt dan vaak meteen geboren.

Kraamzorg
De hulp van een kraamverzorgster tijdens de bevalling en de kraamtijd is onmisbaar. Zij geeft vader en moeder bruikbare en belangrijke informatie over de kraamtijd en voert controles bij moeder en kind uit. Bij problemen informeert ze de verloskundige. Het is belangrijk kraamzorg op tijd te regelen. Dit betekent voor 17 weken zwangerschap. Bel eerst je verzekering om te vertellen dat je zwanger bent en te vragen bij welke kraamzorgbureaus je terecht kunt voor de kraamzorg (dit kan namelijk per verzekeraar verschillen). Meld je daarna aan bij een van de bureaus.

Lactatiekundige
Een lactatiekundige is een expert op het gebied van borstvoeding, met name in bijzondere situaties. Al vóór de bevalling kun je er terecht als je met vragen of onzekerheden zit. Ook na de geboorte van de baby kan een lactatiekundige je begeleiden of adviseren over de borstvoeding.

Lamaze
Lamaze is een ademhalingstechniek die je voorbereid op de geboorte door je allerlei technieken aan te leren en door je buiten je lichaam te focussen. Het idee is dat je de weeën opvangt door het uitwendig focusen en door je ademhaling aan te passen. Het ademhalingsgedeelte is vergelijkbaar met wat je in Nederland op zwangerschapsgym leert

Laparoscopie
Een operatie waarbij de gynaecoloog met een kijkbuis via de buikwand in de buikholte kijkt

Laparotomie
Operatie via een snede in de buikwand

Late Miskraam
Het verlies van een zwangerschap na de vierde maand maar voor de levensvatbare periode.

LH (luteïniserend hormoon)
Hormoon dat vóór de ovulatie door de hypofyse wordt afgegeven.

LH-piek (“surge”)
Afgifte van het luteïniserend hormoon vlak voor de ovulatie. LH zorgt voor de laatste uitrijping waarbij de rijpe eicel los komt van de folliklewand.

Ligging
Positie van de baby in je buik.

Luteale Fase
Tweede helft van de cyclus, tussen eisprong en menstruatie De luteale fase duurt normaal circa 10-16 dagen. Tijdens deze fase van de cyclus wordt progesteron afgegeven, wat noodzakelijk is voor een eventuele innesteling van de bevruchte eicel.

Lutealefasedefect (LPD)
De binnenbekleding van de baarmoeder ontwikkelt zich niet op de juiste manier en wordt daardoor ongeschikt voor innesteling. terug naar boven

Maagzuur
Doordat tijdens de zwangerschap de kringspier tussen de slokdarm en de maag verslapt, komt er soms maagsap in de slokdarm. Met name bij liggen en bukken gebeurt dit. Dit geeft een naar, branderig gevoel met soms misselijkheid tot gevolg. Meestal neemt het toe naarmate de zwangerschap vordert omdat de buik steeds voller wordt en de maag hierdoor steeds meer in de verdrukking komt. Soms nemen de klachten af op het moment dat het kindje ingedaald is. Tips: eet geen vet voedsel of pittig gekruid voedsel, drink weinig koffie, drink weinig sinaasappelsap, gebruik een extra hoofdkussen ’s nachts of breng het hoofdeinde van je bed omhoog. Je kunt melk drinken of vla eten om tijdelijk minder last van het maagzuur te hebben. Er zijn ook drankjes en tabletten tegen brandend maagzuur welke veilig in de zwangerschap gebruikt kunnen worden. Vraag ernaar bij de verloskundige, de apotheek of de huisarts maar stel gebruik van deze middelen zolang mogelijk uit omdat je lichaam er aan gaat wennen en ze dan al snel niet meer zullen helpen.

Mancozeb
is de veroorzaker van maar liefst 8 types van kanker, oa borst-, lever-, pancreas- en schildklierkanker. Zit op sla, tomaten, komkommers, appels, prei, perziken, aardbeien, peren, druiven, paprika

Mannelijke Subfertiliteit
Verminderde vruchtbaarheid bij de man.

Masturbatie
Zelfbevrediging.

Meconiumhoudend vruchtwater
Vruchtwater waarin de baby heeft gepoept. De baby doet dit omdat de darmen vol zijn of omdat de baby misschien benauwd is geweest. Aangezien we niet weten wat de reden is gaan we van het ergste geval uit. Bel daarom de verloskundige zodra je ziet dat het vruchtwater groen of bruin van kleur is. Zij komt bij jullie langs en zal naar het hartje van de baby luisteren. Samen met jullie bespreekt zij wat er verder gaat gebeuren. In de regel wordt de bevalling door de gynaecoloog verder begeleid.

Medicatie
Gebruik van medicijnen. Gebruik geen medicijnen als het niet echt nodig is.

Menopauze
De periode na de laatste menstruatie (gewoonlijk rond het 52e levensjaar).

Menstruatie
Maandelijkse bloeding uit de vagina (schede).

Misselijkheid en braken
Onder invloed van hormonen tijdens de zwangerschap kun je je als zwangere misselijk voelen. Met name ochtendmisselijkheid is bekend. Omdat dit erg vroeg in de zwangerschap optreedt is het ook vaak een teken waaraan vrouwen merken dat ze zwanger zijn. Meestal neemt de misselijkheid na de derde maand van de zwangerschap weer af. Tips bij misselijkheid: eet ’s morgens voor het opstaan iets (laat je partner een licht ontbijtje op bed brengen of leg ’s avonds al iets klaar), eet over de gehele dag meerdere kleine hapjes in plaats van een grote maaltijd en vermijd vet eten en sterk gekruid eten. Sommige vrouwen braken ook bij de misselijkheid. Dit is normaal. Wanneer echter alles wat gegeten en gedronken wordt weer uitgebraakt wordt dan is het geen normale situatie meer. Wend je in dit geval tot je huisarts of tot je verloskundige.

Moederkoek = Placenta
Ook wel Placenta genoemd. De placenta heeft de vorm van een dikke pannenkoek waar de vliezen aan vast zitten. Door de placenta krijgt je baby voedingsstoffen aangevoerd en worden afvalstoffen afgevoerd. Ook maakt de placenta zowel vruchtwater als hormonen aan en daarnaast dient de placenta als een afscheiding tussen jou en de baby. Jullie hebben immers allebei ander bloed en genetisch materiaal. De placenta werkt als een soort filter, waardoor veel schadelijke stoffen worden tegengehouden. Na de nageboorte laat de verloskundige altijd de placenta aan de moeder zien.

Morfologie
Term die de vorm beschrijft. Een zaadcel met een slechte morfologie is misvormd en vaak niet tot bevruchting in staat.

Motiliteit
Andere term voorde beweeglijkheid van de zaadcellen.

MRI
Afkorting van magnetische resonantie imaging, een onderzoek dat gebruik maakt van magnetische velden om een afbeelding te maken. Bij een te hoge prolactine spiegel wordt soms een MRI scan van de hersenen verricht om een goedaardig gezwel van de hypofyse uit te sluiten.

Mucus
Slijm (van de baarmoederhals).

Multipara
Vrouw die al twee of meer kinderen heeft gebaard.

Myomectomie
Operatieve procedure waarbij een vleesboom (myoom) verwijderd wordt

Myoom.(vleesboom)
Een goedaardige spierknobbel die uitgaat van de wand van de baarmoeder.

Nageboorte
Ongeveer een kwartier na de geboorte worden de placenta, de resten van de navelstreng en de vruchtvliezen door weeën naar buiten gedreven. We noemen dit de nageboorte. De arts of de verloskundige kan daarbij helpen door zachtjes aan de navelstreng te trekken en op de buikwand te duwen.

Navelstreng
De navelstreng is gemiddeld 50 centimeter lang, maar navelstrengen van een meter komen ook voor. De navelstreng is heel soepel, zodat hij niet kan breken of knikken. Er lopen drie bloedvaten doorheen waardoor zuurstofrijk bloed en voeding je baby bereiken en afvalstoffen worden afgevoerd. Ook na de geboorte voorziet de navelstreng je baby nog eventjes van zuurstof. Daarom wordt deze ook niet meteen doorgeknipt, maar krijgt je baby de tijd op eigen kracht te gaan ademen. Bij de eerste ademhaling pompt het hartje van je baby het bloed naar de longen, die zich ontplooien en zuurstof opnemen. Op dat moment houdt de bloedcirculatie via de placenta en de navelstreng op. Het bloed trekt weg uit de navelstreng en deze wordt bleek. Op dat moment kan deze door jouzelf, je partner of de verloskundige of gynaecoloog worden doorgeknipt. Er wordt een plastic klemmetje op het navelstompje gezet. Dit stompje valt er meestal na een dag of zes vanzelf af.

Nidatie
Innesteling van een bevrucht eitje

Nullipara
Vrouw die nog nooit een kind heeft gebaard

Obstipatie
Verstopping. De darmen werken tijdens de zwangerschap wat langzamer.

Occlusie
Verstopping of afsluiting.

Oestradiol
Vrouwelijk hormoon die door de eierstok wordt geproduceerd

Oestrogeen
Belangrijkste vrouwelijke geslachtshormoon dat in de eierstok gemaakt wordt tijdens de vruchtbare levensfase.

OFO
Oriënterend Fertiliteits onderzoek.

OHSS
Ovarieel hyperstimulatie syndroom. Serieuze complicatie van sommige vruchtbaarheidsbehandelingen (zoals IVF) waarbij er door de vruchtbaarheidsmedicijnen een te heftige stimulatie van de eierstokken optreedt(overstimulatie van de eierstokken).

Oligomenorroe
Cyclus die langer dan zes weken duurt.

Oligozoöspermie
Het semen bevat slechts een geringe hoeveelheid zaadcellen.

Oöcyt
Eicel.

Orthomoleculaire
Zwangerschapsmultivitamine

Overgang
De periode rond de laatste menstruatie (gewoonlijk rond het 52e levensjaar).

Overstimulatie
Complicatie van een behandeling met vruchtbaarheidsmedicijnen waarbij de eierstokken te heftig reageren en hierdoor onder andere te veel eicellen produceren en vergroot worden.

Ovulatie
Eisprong.

Ovulatie-inductie
Medische behandeling om door middel van medicijnen de eisprong op te wekken.

Ovum
Eicel.

Partus
Bevalling

Partusassistentie
De assisterende bij de bevalling. Meestal is dat een kraamverzorgende.

PCO-syndroom (polycysteusovariumsyndroom)
Ook wel aangeduid als ‘Stein-Leventhal-syndroom’. Mogelijke oorzaak van verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw waarbij een verstoorde hormonenbalans leidt tot specifieke kenmerken waaronder vaak het een ontbreken van ovulatie. Het PCO-syndroom kan ook zonder uiterlijk zichtbare symptomen optreden.

PCT
Post coitumtest.

Perineum
Gebied tussen anus en vrouwelijk geslachtsdeel

PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek)
Onderzoek op erfelijke aandoeningen bij een embryo met vier of acht cellen voordat het embryo wordt teruggeplaatst in de baarmoeder. PGD is nuttig bij het opsporen van erfelijke afwijkingen en voor het overbrengen van een normaal embryo naar de baarmoeder.

Pigmentatie
In de zwangerschap komt er meer hormoon vrij welke de pigmentatie laat toenemen. Dit is het best te zien aan de donkere streep die zichtbaar wordt tussen je navel en je schaambeen. Ook worden de tepels donkerder en kunnen er vlekken ontstaan in het gezicht, ter hoogte van littekens en op plaatsen waar knellende kleding heeft gezeten. Het kan, door de vlekken in je gezicht, net lijken alsof je een masker op hebt; dit wordt een zwangerschapsmasker genoemd. De vlekken worden erger in de zon en onder de zonnebank dus let hiermee op.

Placenta = Moederkoek
Ook wel Moederkoek genoemd. zie moederkoek.

Poliep
Een gezwelletje dat in de baarmoederholte groeit; bijna altijd is het goedaardig.

Poliklinisch bevallen
Een poliklinische bevalling is een ziekenhuisbevalling onder leiding van de eigen verloskundige. De verloskundige beslist tijdens de ontsluitingsfase wanneer je naar het ziekenhuis kunt gaan. Meestal is dit rond 6 cm ontsluiting. In het ziekenhuis “huur” je een kamer waar je bevalt onder begeleiding van je eigen verloskundige en een kraamverzorgster. Twee uur na de bevalling ga je met je kindje naar huis. De kraamverzorgster gaat met je mee. Als er complicaties zijn, blijf je natuurlijk langer. De poliklinische bevalling wordt niet altijd vergoed door je zorgverzekeraar maar alleen bij sommige aanvullende verzekeringen, tenzij er natuurlijk een medische indicatie tijdens de thuisbevalling ontstaat.

Portio
Baarmoedermond, het onderste deel van de baarmoeder dat in de schede uitmondt.

Post Coitumtest
(PCT) Samenlevingstest, test die bij vruchtbaarheidsonderzoek kan worden gebruikt om na gemeenschap de interactie tussen zaadcellen en baarmoederhalsslijm te onderzoeken.

Prematuur
Een tussen de 27ste en 37ste week van de zwangerschap geboren baby.

Pret-echo
Meestal wordt een echo alleen gemaakt als er een duidelijke reden voor is. Sommige verloskundigen of gynaecologen maken twee standaardecho’s tijdens de zwangerschap. Deze twee echo’s worden vergoed. Maar er zijn ook centra waar je tegen betaling een pret-echo kunt laten maken. De meningen over het laten uitvoeren van zo’n pret-echo zijn verdeeld. De een vindt een pret-echo te duur, de ander vindt het onverantwoord om alleen maar ‘globaal’ te kijken naar de baby en daarmee de indruk te wekken dat alles in orde is. Een echoscopist, verloskundige, verpleegkundige of röntgenlaborant kan natuurlijk nooit honderd procent garanderen dat hij of zij alles ziet.

Primipara
Vrouw die haar eerste kind baart

Prochloraz
Deze pesticide werkt extreem hormoonverstorend en tast vooral de voortplantingsklieren aan. Ze veroorzaakt vrouwelijke trekken bij mannen en seksuele afwijkingen. Zit op aardbeien, druiven, paprika.

Progesteron
Hormoon dat na de eisprong tijdens de tweede helft (luteale fase) van de menstruatiecyclus wordt geproduceerd. Bevordert de verdikking van de bekleding van de baarmoederwand als voorbereiding op de innesteling van een bevruchte eicel.

Prolactine
Hormoon dat de melkproductie stimuleert bij lacterende moeders (moeders die de borst geven).

Punctie
Weefselextractie door wegzuigen, bij procedures als eicelpunctie tijdens een IVF-procedure of cystenpunctie uit een eierstok.

Retrograde Ejaculatie
Zaadvloeistof stroomt terug in de blaas, en wordt dus niet door de urinebuis gestuwd. Een oorzaak van onvruchtbaarheid bij de man.

Rugweeën
Bij rugweeën drukt het hoofdje van de baby op je lage rugwervels. Dit gebeurt bij één op de drie vrouwen. Ga in dat geval niet plat op je rug liggen, dat verergert namelijk de pijn. Warme lappen, een kruik of tegendruk (bijvoorbeeld de voeten van je partner), helpen het beste. Een massage of een warme douchestraal kunnen ook wonderen verrichten. Ook een zijligging wil nog wel eens helpen.

Ruptuur = inscheuring
Tijdens de geboorte van een kindje komt het voor dat de huid en/of de spieren van de bekkenbodem wat inscheuren. Het inscheuren is niet altijd te voorkomen. De verloskundige probeert altijd om de geboorte zo geleidelijk mogelijk te laten plaatsvinden. Belangrijk is om zo goed mogelijk te proberen de pers- en zuchtadviezen van de verloskundige op te volgen.

Salpingectomie
Operatieve verwijdering van de eileiders.

Salpingitis
Ontsteking of infectie van één of beide eileiders.

Salpingolyse
Operatieve verwijdering van verklevingen rond de eileiders.

Salpingotomie
Operatieve insnijding in de eileiders, om een buitenbaarmoederlijke zwangerschap te verwijderen of een verstopte eileider weer te openen.

Scrotum (balzak)
Zak van huid en dun spierweefsel die de zaadballen omsluit.

Sectio caesarea
zie keizersnede

Secundaire Onvruchtbaarheid
Onvruchtbaarheid bij een man of vrouw die reeds een kind hebben.

Semen (sperma, zaad)
Het vocht dat tijdens de ejaculatie door de zaadballen, zaadblaasjes en prostaat wordt afgegeven, gemaakt.

Septum (tussenschot)
Het afwijkende weefsel dat de baarmoeder in tweeën deelt.

Sertoli-cellen
De cellen in de zaadbal die de productie van spermacellen bevorderen.

SPA (sperm penetration assay)
Methode waarbij menselijke zaadcellen bij eicellen van hamsters worden gebracht om de fertiliteit van het sperma te bepalen.

Spataderen
Spataderen kunnen ontstaan of, wanneer je ze al hebt, verergeren in de zwangerschap. Dit komt doordat de wanden van de vaten wat slapper zijn door de hormonen en er een verhoogde druk in de vaten is door vertraagde afvoer van bloed. Spataderen kunnen pijn doen en je benen kunnen zwaar aanvoelen. Spataderen kunnen niet enkel in de benen maar ook in de schaamlippen optreden. Ook hier zijn ze pijnlijk en geven ze een zwaar gevoel. Tips: probeer niet met je benen over elkaar te zitten (dit geeft nog meer druk in de benen en de schaamlippen), probeer tijdens een rustmoment op de dag de benen hoog te leggen, vermijd langdurig staan, wandel regelmatig een stukje om de bloedcirculatie te bevorderen, maak af en toe draaiende bewegingen met je voeten, draag geen hoge hakken en doe het voeteneinde van je bed wat hoger. Verder kun je speciale kousen of panty’s dragen die steun aan je benen geven. Gebruik deze enkel na overleg met je huisarts. Helaas verdwijnen spataderen niet helemaal na de bevalling.

Speculum (eendebek)
Instrument om de schede en baarmoedermond te bekijken.

Sperma (‘wassen’)
Techniek voor het scheiden van de zaadvloeistof en het sperma.

Sperma-analyse
Kwaliteitsonderzoek van het sperma.

Sperma-antistoffen
Chemische stoffen die een ‘vijandige’ omgeving in het baarmoederslijmvlies creëren. In deze omgeving kunnen de zaadcellen zich niet voortbewegen, zodat ze dus geen eicel kunnen bevruchten.

Spermabank
Hier wordt sperma verzameld en ingevroren voor later gebruik door twee partners, of voor donatie bij ART’s.

Spermacel
Mannelijke voortplantingscel of gameet.

Spermacellevensvatbaarheid
Geeft aan of de zaadcel wel of niet leeft.

Spermacelmorfologie
Vorm van de afzonderlijke zaadcel.

Spermadichtheid
Aantal zaadcellen per milliliter of cc. Motiliteit (beweeglijkheid), morfologie, het aantal zaadcellen en de levensvatbaarheid kunnen worden bepaald.

Spermamotiliteit
Percentage zaadcellen dat naar buiten zwemt.

Spermatocyt
Nog onvolgroeide zaadcel.

Spermatogenese
Productie van sperma binnen de tubuli seminiferi.

Spermatozoön
Mannelijke voortplantingscel of gameet. Kortweg ‘spermacel’ genoemd.

Spinnbarkeit
Gebruikt bij postcoïtum onderzoek (PCT) om de rekbaarheid van het baarmoederslijmvlies te testen.

SPM Test
Laboratoriumonderzoek van zaad en baarmoederhalsslijm.

Spontane Abortus
Miskraam.

Spruw = Candidiasis
Candida is een gist en komt voor op onze huid, nagels, haren, in de darmen en vagina. Zowel bij mens als dier

Staan van het hoofdje
Het hoofdje van de baby is in de vulva te zien, en blijft ook zichtbaar in de pauze tussen twee weeën. Dit is een pijnlijk, vaak branderig gevoel. Het duurt dan nog maar een paar weeën en de baby is geboren.

Stein-Leventhal Syndroom
Oorzaak van onvruchtbaarheid als gevolg van een overschot aan androgenen, kleine cysten op de eierstokken en uitblijven van ovulatie. De symptomen zijn zwaarlijvigheid of gewichtstoename, acne, extreme haargroei en amenorroe. Het Stein-Leventhal-syndroom kan ook zonder uiterlijk zichtbare symptomen optreden.

Striae - striemen
Door de groei van de buik en de borsten kunnen de vezels in de huid soms scheuren. Dit wordt zichtbaar als paarse/roze lijnen op je buik/borsten. Deze lijnen worden striae of striemen genoemd. Het is niet pijnlijk en niet gevaarlijk. Sommige vrouwen ervaren wel jeuk ter hoogte van de striae. Niet iedere zwangere krijgt striae. Sommige zwangeren smeren een speciale striaecreme op hun buik en borsten. Helaas is niet bewezen dat dit werkt. Mochten de striae jeuken dan kun je mentholpoeder of mentholgel op de striae strooien/smeren. Na de bevalling zullen de tijdens de zwangerschap nog roze/paarse lijntjes langzaam in witte/parelmoerkleurige lijntjes veranderen. Ze gaan helaas dus niet meer helemaal weg.

Strippen
Lijkt je baby nog niet van plan te komen, maar ben je al wel 41 of 42 weken zwanger, dan kan de verloskundige je ‘strippen’ om de weeën op gang te laten komen. Bij een uitgebreid inwendig onderzoek masseert ze met haar vingers de vliezen een beetje los van de baarmoederwand (zonder ze te breken). Het is de bedoeling op die manier de aanmaak van prostaglandine te stimuleren. Dat is het hormoon dat de bevalling op gang brengt. Strippen werkt echter niet altijd en kan soms even wat pijn doen.

Stuitligging
Bij een stuitligging ligt je baby met het hoofd bovenaan in de baarmoeder en met het stuitje naar beneden. Voor de bevalling houdt deze positie extra risico's in. De verloskundige of gynaecoloog kan daarom proberen het kind te draaien zodat het met het hoofd beneden komt te liggen. Als dit niet lukt wordt soms gekozen voor een keizersnede, vanwege het risico dat stuitbevallingen met zich meebrengen. Meestal zal echter toch geprobeerd worden de baby op de natuurlijk manier geboren te laten worden.

Subfertiliteit
Onvermogen van een man en vrouw om een zwangerschap bij de vrouw te bereiken, na één jaar gemeenschap zonder voorbehoedmiddel.

Tangverlossing
Als tijdens het persen blijkt dat je baby niet op eigen kracht geboren kan worden, zal er soms een tangverlossing aan te pas komen. Dit gebeurt als de weeën niet sterk genoeg zijn of als de conditie van je baby of de toestand van de moeder om een snelle bevalling vraagt. Bij een tangverlossing wordt gebruik gemaakt van twee grote metalen ‘lepels’, die om het hoofdje van de baby gelegd worden. Hiermee wordt tijdens een perswee meegetrokken. Het hangt af van de positie van het hoofdje van je baby of een gynaecoloog zal kiezen voor een vacuüm- of een tangverlossing. Het inbrengen van de lepels is pijnlijk, je wordt daarom meestal van tevoren plaatselijk verdoofd en soms wordt er een knip = epi, gezet. Ook al heeft het hoofdje na de bevalling wat ingedeukte plekken, een tangverlossing is niet schadelijk voor de baby. De plekken trekken altijd binnen een paar dagen weg.

Teratospermie
Zaadcellen met afwijkende vorm.

Testikelbiopsie
Operatieve verwijdering van zaadbalweefsel om te bepalen of de cellen normaal sperma kunnen produceren of om eventuele tumoren op te sporen.

Testikeltorsie
Stoornis waarbij de zaadbal gedraaid raakt, zodat de bloedtoevoer plaatselijk wordt afgesneden.

Testosteron
Mannelijk hormoon.

TET (tubal embryo transfer)
Vorm van in-vitrofertilisatie (IVF) waarbij het embryo in de eileider wordt gebracht.

Totaal ruptuur
Totale inscheuring van vagina tot de anus.

Toxoplasmose
Toxoplasmose is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door een parasiet (Toxoplasma gondii). De parasiet wordt meestal van dieren op mensen overgebracht. Toxoplasmose plant zich voort in katten. De kat is dan ook de grootste overdrager van toxoplasmose aan de mens. Ook andere dieren zoals varkens, schapen en koeien kunnen besmet zijn en de infectie overdragen. Ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking loopt tijdens zijn leven een toxoplasmainfectie op. Toxoplasmose is in principe ongevaarlijk, maar als je zwanger bent, is er wel een risico. De moeder kan haar ongeboren kind besmetten via de placenta (moederkoek). Dit noem je congenitale toxoplasmose. Voor de baby is toxoplasmose wel gevaarlijk: er kunnen afwijkingen aan het zenuwstelsel of aan het oog ontstaan. Als de moeder vroeg in de zwangerschap besmet raakt, kan dat zelfs leiden tot een miskraam. Infectie in een later stadium kan leiden tot vroeggeboorte.

Transvaginale (echogeleide) Punctie
Techniek bij in-vitrofertilisatie (IVF) voor het oogsten of opzuigen van de eicellen.

Tubaligatuur
Procedure voor het operatief afbinden of blokkeren van de eileiders bij sterilisatie van een vrouw.

Tubaplastiek
Operatie voor het herstellen van een afwijking aan de eileiders welke onvruchtbaarheid veroorzaakt.

Tubuli Seminiferi
Kanaaltjes in de zaadballen die sperma produceren.

Tumor
Goed- of kwaadaardige weefseluitgroei.

Turner-syndroom
Erfelijke afwijking bij vrouwen waarbij de eierstokken niet functioneren doordat er een chromosoom ontbreekt.

Ultrasonografie
Beeldvormend onderzoek voor het zichtbaar maken van inwendige organen door middel van het gebruik van hoogfrequente geluidsgolven. Bij vruchtbaarheidsbehandelingen is echografie een hulpmiddel bij het controleren van de follikelrijping en het opsporen van afwijkingen zoals cysten. Deze procedure wordt ook wel ‘echografie’ genoemd.

Urethra (plasbuis)
Deze voert de urine van de blaas af.

Uterus
Voortplantingsorgaan bij de vrouw dat de ongeboren vrucht beschermt en waarin deze tot aan de geboorte tot ontwikkeling komt en gevoed wordt. De baarmoeder.

Uterus Bicornis (tweehoornige baarmoeder)
Medische aanduiding van een baarmoederafwijking waarbij de baarmoeder in twee helften is verdeeld.

Uterus Septus (uterus bilocularis)
Afwijking van de baarmoeder waarbij deze in twee helften is gedeeld door een tussenschot (septum).

Uterus Unicornis
Afwijking waarbij slechts één helft van de baarmoeder zich ontwikkelt en de baarmoeder kleiner is dan normaal.

Vagina
Geboortekanaal bij de vrouw dat de uitwendige en inwendige geslachtsorganen met elkaar verbindt. schede

Vaginaal
Via de schede.

Vaginaal toucher
Inwendig onderzoek met de vingers

Vasectomie
Operatieve sterilisatie van de man door afbinden of dichtbranden van de ductus deferens.

Vasogram
Röntgenonderzoek van de ductus deferens.

Verkleving
Littekenweefsel dat een verbinding vormt tussen organen in de buikholte. Verklevingen zijn abnormale verbindingen. Ze worden veroorzaakt door infecties, ontstekingen of eerdere operatieve ingrepen.

Vijandig Slijm
Slijm in de baarmoederhals dat de natuurlijke beweging van zaadcellen via het baarmoederhalskanaal verhindert.

Vleesboom
Myoom.

Volkomen Stuitligging
Ruim drie procent van alle baby’s wordt in stuitligging geboren, met de voetjes naar beneden. Ligt je baby in een stuit, dan moet je in het ziekenhuis bevallen. De geboorte van het hoofdje mag namelijk niet te lang duren, omdat je baby het benauwd kan krijgen. Het is dus heel belangrijk dat je goede weeën hebt. Dat is de reden waarom er sneller een infuus met weeënopwekkend hormoon wordt gegeven. Soms bestaat er twijfel of het bekken ruim genoeg is om het hoofdje van de baby door te laten, vooral als je voor de eerste keer gaat bevallen. In dat geval wordt er gekozen voor een keizersnee. Ongeveer dertig procent van alle stuitliggers wordt via de keizersnee geboren.

Voorweeën
In de laatste weken voor je bevalling kun je voorweeën krijgen. Voorweeën voelen anders aan dan een harde buik. Ze zijn pijnlijker en je voelt dat de baarmoeder al wat langer samentrekt. Voorweeën zorgen ervoor dat de baarmoedermond soepel en dun wordt, zodat er al veel voorbereidend werk wordt gedaan voordat de echte weeën beginnen. De pauzes tussen de weeën zijn lang en onregelmatig. Na een paar uur trekken de voorweeën weer weg. Meestal gebeurt er verder nog helemaal niets en kan de bevalling nog best een aantal weken duren.

Vruchtwateronderzoek
zie Vruchtwaterpunctie

Vruchtwaterpunctie
Het vruchtwateronderzoek of de vruchtwaterpunctie is een vorm van prenatale diagnostiek in de achttiende week van de zwangerschap, waarbij ongeveer 20 ml vruchtwater (10 -15% van de totale hoeveelheid vruchtwater) uit de baarmoeder wordt gehaald. Hiervoor prikt de arts met een dunne naald door de buikwand tot in de baarmoeder. Het echobeeld toont op welke plaats dit moet gebeuren. Daarna wordt de benodigde hoeveelheid vruchtwater in twintig tot dertig seconden opgezogen. Een vruchtwaterpunctie wordt alleen gedaan bij vrouwen met een verhoogd risico op een baby met een aandoening, die met vruchtwateronderzoek is vast te stellen. Het gaat om vrouwen die: - 36 jaar of ouder zijn in de achttiende week van de zwangerschap: hun kans op een kind met een chromosoomafwijking (zoals Down-syndroom) is verhoogd - al eerder een kind kregen met een aandoening die zich kan herhalen - zelf een aandoening hebben die zich kan herhalen - een partner of naaste familie hebben met een aandoening die zich kan herhalen.

Weeën
Samentrekken van de baarmoeder welke leiden tot de bevalling

Zaadbal (testikel)
Gonade van de man, die sperma en mannelijke geslachtshormonen produceert.

Zaadblaasjes
De twee kliertjes onder de blaas die de zaadvloeistof produceren.

Zaadvloeistof (ejaculaat)
Het vocht met de zaadcellen dat bij het orgasme wordt uitgestoten.

Ziekte van Crohn
Ontstekingachtige aandoening van de dunne darm.

ZIFT (zygote intrafallopian transfer)
Vorm van in-vitrofertilisatie (IVF) waarbij het bevruchte eitje in de eileider wordt gebracht.

Zona Pellucida (eicelschil)
Beschermend omhulsel van de eicel.

Zwangerschapsdiabetes
Zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum) komt voor bij één op de twintig zwangerschappen. Het is een meestal tijdelijke vorm van diabetes die kan ontstaan na de 24e week van de zwangerschap. Dat gebeurt onder invloed van de hormonen die worden aangemaakt tijdens de zwangerschap. Die hormonen remmen de werking van insuline af. Insuline is het hormoon dat de bloedsuikerspiegel regelt. Tijdens een normale zwangerschap vangt het lichaam de verminderde werking van insuline op door extra insuline aan te maken. Bij zwangerschapsdiabetes gebeurt dat niet of niet voldoende, waardoor het glucosegehalte in het bloed te hoog wordt.

Zwangerschapsvergiftiging
Een ernstige vorm van zwangerschapshogerbloeddruk.

Zygoot
Bevruchte eicel.